Wie is … Jonah Meijer (28)?
Sinds november 2025 juridisch medewerker bij ROS
Hoe Faber Jonah bij ROS bracht
“Wat mij opvalt in mijn werk bij ROS, is dat alleen luisteren en het probleem serieus nemen en goed doorgronden, al een wereld van verschil maakt voor de mensen die bij ons aankloppen. Hier begint de creatieve zoektocht naar aanknopingspunten in de verhalen en gebeurtenissen, want vaak zijn er geen kant-en-klare oplossingen.”
Een oma als activist bij Amnesty, een zus die werkte in een Grieks vluchtelingenkamp én bij Vluchtelingenwerk, net als andere familieleden en vrienden, brachten Jonah - met zijn bachelor in Rechtsgeleerdheid aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam - in deze uithoek van het werkveld. Komend collegejaar begint hij aan de master International Migration and Refugee Law aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Gelukkig blijft hij daarnaast twee dagen in de week bij Stichting ROS werken als juridisch medewerker.
“Het werkt beter als theorie direct toepasbaar is. Hiervoor heb ik twee jaar gewerkt bij Vluchtelingenwerk als teamleider juridisch op ‘gezinshereniging’. Mijn werkplek was op AZC Silja, de cruiseferry in de Rotterdamse haven met zo’n tweeduizend statushouders. Heel onwerkelijk. Met aan boord ook de voltallige crew voor onder andere het onderhoud, de catering, de schoonmaak, zonder dat het schip ooit uitvaart. Op het hoofdkantoor van Vluchtelingenwerk in Amsterdam heb ik stage gelopen bij het landelijk expertiseteam dat zich bezighoudt met asielprocedures. Met het beleid van Faber als minister van Asiel en Migratie, moest stevig worden bezuinigd. Vluchtelingenwerk was actief op 350 opvanglocaties en moest terug naar 70 AZC’s. Contracten van medewerkers werden niet meer verlengd.
Ik heb toen de overstap gemaakt van 1500 collega’s bij Vluchtelingenwerk naar negen man sterk bij Stichting ROS. Een totaal andere werksfeer. Een warm bad met een hecht team van mensen die elkaar vertrouwen en hetzelfde in de wedstrijd zitten. Dat is de goede kant. Destijds bij Vluchtelingenwerk voelde de situatie van de statushouders al uitzichtloos. Het wachten en niet weten wanneer je een huis krijgt toegewezen. Het wachten op gezinshereniging, een procedure die tot drie jaar kan duren. De onzekerheid die dat allemaal met zich meebrengt. Ontluisterend om bij ROS tot de ontdekking te komen hoeveel perspectief die mensen eigenlijk nog hadden. De mensen die ROS om hulp vragen, hebben soms geen dak boven hun hoofd, geen eten en weinig zicht op verbetering. Ze zijn nóg kwetsbaarder en moeten zich staande houden in een maatschappij die hen de rug toekeert. Ik ben trots op het werk dat ik hier doe en krijg voldoening om, waar mogelijk, deze mensen een sprankje hoop en perspectief op een beter leven te kunnen geven. Ook al is dat soms alleen maar door te luisteren.”