Maak kennis met Herman (74)
Maak kennis met Herman (74),
één van de zeven taaldocenten die Nederlandse les geven bij Stichting ROS.
“Al weer negen jaar! Voor mijn gevoel ben ik net begonnen. Elke maandagochtend geef ik les aan een beginnersgroep van zo’n vijftien tot twintig mensen. Onderling zijn de verschillen groot in niveau, ambitie, leeftijd en snelheid van oppikken. Sommige mensen kunnen niet eens in hun eigen taal lezen en schrijven, laat staan een vreemde taal. We proberen de taal op een natuurlijke manier te leren aan de hand van verschillende thema’s, zoals eten en drinken, wonen of gezondheidszorg. Al doende leren ze beetje bij beetje de taal begrijpen en spreken. Ik was wel geraakt door één van de cursisten die zei tijdens een voorstelrondje: ‘Ik heb weinig vrienden. Mijn vrienden zitten hier.’ Het sociale aspect is dus ook heel belangrijk. Je ontmoet andere mensen. Er is koffie met een koekje en het is hier lekker warm.
Van origine ben ik geen leraar. Al ben ik toen ik minder ging werken wel les gaan geven aan de Haagse Hogelschool bij de opleidingen Facilitymanagement en Bedrijfskunde. Nog altijd ben ik één dag docent. Je moet wel bezig blijven.
In mijn jeugd, tijdens mijn stage, in mijn werk en op reis heb ik veel andere landen bezocht. Van mijn achtste tot mijn elfde woonden we als gezin in Ethiopië. Mijn vader werkte bij de Wereldbank die investeerde in ontwikkelingshulp. Tijdens mijn studie Bouwkunde in Delft heb ik stage gelopen in Paramaribo en later voor mijn werk als consultant in de informatica werkte ik veel in Polen en Roemenië. Vanuit mijn interesse in andere culturen en talen, was ik ook wel benieuwd naar alle verschillende nationaliteiten en culturen in Rotterdam. Ik vind die een verrijking voor de stad. In een vreemd land kun je je knap hulpeloos voelen. Het is mooi om te zien hoe deze mensen hun best doen om er hier een succes van te maken. Dan is het fijn als er iemand is die je kan helpen bij de dingen waar je tegenaan loopt. Soms zijn dat onderwerpen die ik dan daarna ook bespreek in de klas. Een groot deel van de mensen in mijn groep heeft echt wel het een en ander meegemaakt en dan komen ze naar mij toe met het boekje ‘Bereid je voor op een noodsituatie’. Dat is wel verwarrend en verontrustend. Dan vragen ze: wanneer moet ik dat noodpakket in huis hebben? Wanneer valt de stroom uit? Ook waarschuw ik altijd even als op de eerste maandag van de maand de sirenes afgaan, voordat Oekraïners op zoek gaan naar een schuilkelder. Zo kijk je door hun ogen ook weer met een andere blik naar onze eigen gewoontes en gebruiken. Dat is verfrissend.”