Binnenkort: Uitspraak in de rechtszaak over de afschaffing van bed-bad-broodregeling
Waar gaat het nu precies over?
Op 28 januari diende in Rotterdam de rechtszaak die advocaat Pim Fischer van fischer advocaten uit Assen heeft aangespannen, namens 23 mensen zonder papieren, tegen de afschaffing van de Landelijke Vreemdeling Voorziening (LVV) per 1 januari 2025. Vanaf zes weken, zo rond 11 maart, volgt naar verwachting de uitspraak. We leggen kort de standpunten uit en bespreken de consequenties van de mogelijke uitspraken.
Om tot een uitspraak te komen buigt de rechter zich over de vragen:
Was er voldoende juridische grondslag voor het beëindigen van de opvang?
Heeft de Nederlandse overheid gehandeld in strijd met het Nederlandse recht of het internationaal recht?
Had de beslissing zo genomen mogen worden, omdat er niet individueel is gekeken naar de feiten.
Standpunt advocaat Pim Fischer namens 23 Rotterdammers zonder papieren
De minister kon niet zomaar de zogenaamde bed-bad-broodregeling van de ene op de andere dag afschaffen, omdat
De overheid niet onverschillig kan zijn voor de pijn van mensen in de problemen die geen kant op kunnen.
Het besluit in strijd is met Europees recht (de Changu uitspraak, en artikel 3 en 8 EVRM).
DTenV en de IND weerspreken hun eerdere standpunten. Enkele mensen die niet naar Ter Apel konden, kregen deze opvang en begeleiding. Dan is het inconsequent deze regeling opeens te stoppen en te zeggen dat deze mensen tóch naar Ter Apel kunnen, zonder dat je de omstandigheden van deze mensen onderzoekt én de situatie rond Ter Apel bekijkt (overbelast en het feit dat het op die datum erg koud was).
Standpunt landsadvocaat namens de minister
De afschaffing van de LVV is gerechtvaardigd. Vreemdelingen hebben immers recht op opvang, en toegang tot zorg, in de VBL, oftewel de vrijheidsbeperkende locatie in Ter Apel, mits zij meewerken aan hun terugkeer.
Mogelijke uitspraken
Ter verduidelijking zetten we twee uiterste uitspraken tegenover elkaar. Natuurlijk kunnen er in de uitspraak nuances zitten. Zo is het mogelijk dat de rechtbank de minister opdraagt nog eens naar de individuele omstandigheden te kijken en op basis hiervan opnieuw beslissingen te nemen.
De minister moet de LVV financieren
Nu is erkend dat er een groep mensen bestaat die tussen wal en schip kunnen vallen. En dat deze mensen recht hebben op een menswaardige behandeling. Zolang ze geen verblijfsvergunning hebben of uitgezet worden of vertrekken. Dat is ook wat er uit de mensenrechten voortvloeit. En staat haaks op de wens van de regering rond de strafbaarstelling illegaal verblijf. Kortom deze uitspraak is doorslaggevend voor alle mensen die tussen wal en schip raken en niet alleen voor de 23 mensen die deze zaak hebben aangespannen.
De minister hoeft de LVV niet langer te finacieren
Zonder LVV raken mensen zonder papieren tussen wal en schip. Ze komen op de straat terecht en raken uit zicht met risico op overlast, ernstige gezondheidsproblemen en zelfs overlijden.
Ze kunnen niet terecht in Ter Apel. Er is geen capaciteit voor extra opvang in het toch al overvolle Ter Apel met een huidige bezetting van boven de 2000 mensen.
Daarbij is de voorwaarde volgens de website van de vrijheidsbeperkende locatie van de Dienst Terugkeer en Vertrek: ‘zicht op terugkeer binnen twaalf weken’. Dat is niet realistisch. Velen kunnen niet terugkeren, omdat ze bijvoorbeeld staatloos zijn of omdat het land van herkomst hen niet accepteert.
Vaak zijn het kwetsbare mensen met een medisch dossier, die dringende medische zorg en/of essentiële behandeling nodig hebben. Vanuit deze geestelijke gesteldheid en door het leven op de straat zijn ze helemaal niet in staat na te denken over en actief mee te werken aan terugkeer. Een warme overdracht bij mensen met een medische zorgvraag is noodzakelijk. De wachttijd een intake voor de juiste zorg loopt in Ter Apel al snel op tot drie maanden.
Daarbij is de VBL vooral gericht op terugkeer en onderzoekt niet de juridische mogelijkheden voor deze mensen.