Mevrouw Yong in het Algemeen Dagblad

Door Marjolein Kooyman (Algemeen Dagblad: https://www.ad.nl/rotterdam/na-een-leven-vol-uitbuiting-dreigt-yong-66-alles-te-verliezen-ik-huil-iedere-dag~afacaa11/, 14 maart 2026)

Na een leven vol uitbuiting, dreigt Yong (66) alles te verliezen: ‘Ik huil iedere dag’

Van een eigen Chinees restaurant tot au-pair zonder verblijfsvergunning. Na een leven vol uitbuiting belandde Yong Ng (66) uit Singapore in de vreemdelingenopvang in Rotterdam. Dit is haar trieste levensverhaal. „‘Jij bent nu oud, je kunt niet meer bij ons werken’, zeiden ze.”

‍De olie sist en spettert uit de wok. De geur van sambal en ansjovis verspreidt zich door de keuken van het Rotterdams Ongedocumenteerden Steunpunt aan de Rechthuislaan op Katendrecht. Om de woensdag kookt Ng hier met liefde voor bezoekers en bewoners. Vandaag staat varkensvlees met wortel, omelet, rijst en ansjovis op het menu. „Koken is mijn hobby”, zegt ze. „Ik geef mensen graag te eten.”

‍Ng reddert in de keuken en houdt tegelijkertijd scherp in de gaten wie er binnenkomt en wie wat opschept. Zonder pardon trekt ze een pot sambal uit de handen van een van de eters, als ze vindt dat hij teveel opschept. „Dat is ook voor de anderen”, bijt ze hem toe.

‍‍Bed, bad en broodopvang
Ng is een van de 45 ongedocumenteerden, mensen zonder geldige verblijfspapieren, die verblijven in een sobere bed, bad en broodopvang in Rotterdam. Oud-asielminister Marjolein Faber (PVV) zette per 1 januari 2025 de opvang voor deze groep vluchtelingen stop. Ng dreigde op straat te belanden en vecht dat sindsdien aan via de rechter, samen met 22 andere vluchtelingen.

‍In een voorlopig besluit oordeelde de rechter vorig jaar dat, in afwachting van het bezwaar tegen de sluiting, de opvang open moest blijven. Dat vierde Ng met taart. Op 28 januari was ze opnieuw in de rechtbank. Ditmaal ging het over een definitief besluit over de opvang en of de minister wel of niet het recht had om deze te beëindigen.

Elke dag denk ik er aan en moet ik huilen
De komende weken wordt de uitspraak verwacht. De dreigende sluiting van de opvang zorgt ervoor dat Ng zich regelmatig gespannen voelt en ’s nachts wakker ligt. „Elke dag denk ik er aan en moet ik huilen”, zegt ze. „Want wat moet ik doen als de opvang stopt?”

Drie mensenlevens in een krappe kamer
De opvang is waar ze nu woont, helemaal bovenin de voormalige kerk De Doortocht deelt ze een zolderkamer met twee andere vrouwen. Op haar eenpersoonsbed ligt een dekbed in pasteltinten. De kamer staat vol met tassen en zakken, gevuld met pannen, kleding en andere spullen. Drie mensenlevens in een krappe kamer gepropt.

Het leven van Ng begint in 1959 in Singapore. Haar biologische ouders kent ze niet, als baby wordt ze geadopteerd. „Mijn adoptiemoeder was heel streng”, zegt ze. „Ik mocht geen sambal eten, dat was niet goed voor mijn keel. Geen koud water drinken, dat was slecht voor mijn maag en niet op hoge dingen klimmen.”

‍Haar adoptievader vertrekt naar Nederland als Yong Ng nog maar 8 jaar oud is, vertelt ze. Hij verliest zijn baan als timmerman in Singapore en besluit het geluk elders te zoeken. In Beverwijk gaat hij aan de slag als keukenhulp bij een Chinees-Indisch restaurant.

Vertrek naar Nederland
Ng vertrekt jaren later ook naar Nederland. Ze is dan 17. „Het was mijn eigen keus”, zegt ze. „Mijn vader stuurde elke maand geld naar huis, maar het was niet genoeg voor mijn moeder, broertje en mij. Ik wilde helpen.”

Tijd om te acclimatiseren in dat vreemde, koude land krijgt ze nauwelijks. Een dag na haar aankomst wordt ze met de auto naar Enschede gebracht. Een kennis van haar vader heeft hier een Chinees restaurant waar ze in de leer kan. „Cola, thee, jonge jenever, ik leerde in welke glazen die geschonken werden. Hoe je bestellingen opneemt, hoe je schoonmaakt.”

Officiële papieren heeft ze niet. De Nederlandse taal spreekt ze niet en een salaris krijgt ze die eerste maand niet. Haar baas is beducht op politiecontroles, vertelt ze. Als agenten op de deur kloppen, moeten zij en andere ongedocumenteerde collega’s rennen, krijgt Ng te horen. „Maar dat gebeurde vrijwel nooit.” Ze lacht. „De politie kwam hier ook eten, dus kregen we vooraf een seintje.”

Ik kreeg ongeveer 400 gulden per maand. De helft stuurde ik naar Singapore
Van Enschede verhuist ze naar Raalte en vervolgens naar Delft en Venlo. Iedere twee jaar is er weer een ander restaurant waar Ng naar eigen zeggen van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat aan het werk is, zes dagen per week. Achter de bar, bij de afhaaldesk en in de schoonmaak. „Ik kreeg ongeveer 400 gulden per maand. De helft stuurde ik naar Singapore.”

In het restaurant in Venlo was het hard werken, maar vindt Ng ook onverwacht geluk. Ze wordt verliefd op een vaste bezoeker. Het is een kennis van haar baas die iedere week langskomt. Een man, ook afkomstig uit Singapore, die wel in het bezit is van geldige verblijfspapieren. Een knappe man, zegt ze zelf. „Op zijn vrije dag kwam hij naar Venlo. Dan zat hij in een hoekje van het restaurant naar me te kijken, terwijl ik aan het werk was.”

‍Ng laat op haar telefoon een foto van zichzelf zien uit die tijd. Haar zwarte haar valt als een gordijntje om haar gave gezicht. „Ik was prachtig”, zegt ze. „Net een zangeres, zo mooi. Kijk maar.”

Op de volgende foto draagt ze een witte, kanten bruidsjurk. Een parasol met witte veren hangt boven haar hoofd. Drie maanden nadat ze de bezoeker voor het eerst ziet in het restaurant, vraagt hij Ng ten huwelijk. „Op 5 december, Sinterklaas, kreeg ik een ring. Een maand later zijn we getrouwd.”

Verblijfsvergunning
Door met hem te trouwen, krijgt Ng een verblijfsvergunning voor Nederland. „Hij was net als ik een Singapore-Chinees. ‘Dat zal wel goed zijn’, dacht ik. In het begin was hij lief”, zegt ze. Dan vertrekt haar mond. „Later niet meer.”

Het huwelijk en haar verblijfspapieren geven haar eindelijk de kans om in Nederland iets op te bouwen. Kort na hun huwelijk openen Ng, haar man en zijn broer en zus samen een Chinees-Indisch specialiteiten restaurant in Brabant. Ng is de gastvrouw. „Ik houd van mensen. Veel van mijn gasten zijn mijn vrienden geworden.”

‍Het restaurant met ongeveer tachtig zitplaatsen serveert ontbijt, lunch en avondeten. Ng werkt van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. De eerste jaren is het restaurant succesvol, zegt ze. Maar na een aantal jaar komt de klad erin. „Er waren klanten die klaagden dat de loempia’s te vet waren. Het werd steeds rustiger.”

Ik beschouwde hem als mijn man, geld maakte me helemaal niets uit
Net als het restaurant verkeert dan ook haar huwelijk in zwaar weer. Zeven jaar na de bruiloft gaan ze uit elkaar. „We maakten geen ruzie”, zegt Ng. „Maar veel aan hem vond ik niet leuk. Nachtenlang speelde hij mahjong met collega’s. Hij had geen tijd voor mij.”

Vanuit Brabant verhuist Ng opnieuw. Een oude kennis vraagt haar om samen een restaurant op te zetten in Zuid-Limburg. Pal aan de Maas ligt een gigantisch pand waar ze gezamenlijk een Japans, Thais en Chinees restaurant van maken.

Ng wordt verliefd op hem. Hij nodigt haar voor haar verjaardag uit in een peperduur hotel in Amsterdam. Op de kamer staat een gigantisch boeket bloemen. „Van mijn man had ik nog nooit bloemen gehad.”

‘Ik ben zo dom geweest’
In rap Mandarijn praat ze in de vertaalapp van haar telefoon. Ze laat de tekst zien die de verschijnt op het scherm. „Ik was zo ontroerd. Ik accepteerde hem”, staat er. „Vanaf die dag woonden we samen. Ik beschouwde hem als mijn man, geld maakte me helemaal niets uit”, ze zucht. „Maar ik ben zo dom geweest.”

‍‍Want opnieuw krijgt ze nauwelijks betaald voor haar harde werk en bovendien raakt ze in deze periode, zonder dat ze het weet, haar verblijfsvergunning kwijt. Hoe dat precies gebeurd is, is niet helemaal duidelijk. Ng heeft het over ‘een fout van de zus van haar partner’. „Ik stond op haar adres ingeschreven, maar zij heeft me uitgeschreven bij de gemeente.‍ ‍

Hoofdverblijf
Een hoofdverblijf in Nederland is een van de voorwaarde voor een verblijfsvergunning. Als iemand maandenlang in het buitenland verblijft, kan dat reden zijn de vergunning in te trekken. Bij toeval komt Ng er achter dat ze opnieuw zonder geldige papieren in Nederland verblijft. Als ze haar rijbewijs wil vernieuwen, krijgt ze te horen dat dat niet mogelijk is omdat ze geen verblijfsstatus meer heeft. Bovendien raakt haar relatie uit.

Van een leven in het volle daglicht, verdwijnt Ng noodgedwongen weer in de schaduw. Via via weet ze jarenlang adressen te regelen waar ze in ruil voor werk terecht kan voor onderdak, eten en af en toe wat geld. Zo verzorgt ze een oudere dame en komt ze terecht bij een gezin in Rotterdam waar ze werkt als oppas. Totdat ze in 2024 op 64-jarige leeftijd straat dreigt te belanden. „Het gezin zei: ‘Je bent nu oud, je kunt niet meer bij ons werken’.”

Ik blijf maar malen, denken. Ik heb veel spanning
Radeloos zit Ng die zomer in een buurthuis in Rotterdam. Ze heeft geen plek om te slapen, geen werk en belangrijker: ook geen papieren om in Nederland te mogen verblijven. Een van de vrijwilligers ziet haar verdriet en spreekt haar aan. „Zij heeft me geholpen”, zegt Ng. „Ze heeft me naar de gemeente gebracht en geld voor boodschappen gegeven. Zo ben ik hier bij ROS terecht gekomen.” Terugkeren naar Singapore is geen optie, zegt ze. „Waarom? Ik ken daar niemand. Ik heb daar geen familie, vrienden, niets.”

‍Vanuit de volle zolderkamer op Katendrecht probeert ze alsnog een verblijfsvergunning te krijgen. Ze zucht: „Ik weet niet of het lukt. Ik kreeg weleens het advies opnieuw te trouwen. Een man betekent een huis en een verblijfsvergunning.” Ze wappert met haar handen rond haar hoofd. „Maar ik vertrouw mannen niet meer. Ik blijf maar malen, denken. Ik heb veel spanning.”‍ ‍

Communicatie Stichting ROS

Stichting ROS staat vierkant achter mensen zonder papieren.

https://www.stichtingros.nl
Vorige
Vorige

Uitspraak in de rechtszaak over de afschaffing van bed-bad-broodregeling uitgesteld

Volgende
Volgende

Politiek bezoek